'Bestemming Bucureşti, România'



© Frans Brinkman, tijdschrift Vakantiekriebels, 1, 2002

Als u 's morgens om een uur of vijf vertrekt, kunt u rond negen uur de benen strekken bij Rasthof Weiskirchen, Frankfurt am Main, tegen tweeën de Oostenrijkse grens passeren en op tijd zijn voor een bijdrage aan de Weense avondspits. Gerekend naar kilometers, bent u dan al bijna halverwege de eindbestemming Boekarest, Roemenië. Gerekend naar reistijd niet. Na Boedapest treft u in Hongarije en Roemenië overwegend tweebaanswegen en bebouwde kommen. Alles wat uw auto boven de 80 km/u presteert, is overbodig.

Twee dagen
In twee dagen naar Boekarest rijden, is te doen. Een voorwaarde is dat u er de lol van inziet om min of meer in de auto te leven. Ons rantsoen bestaat uit brood met pindakaas, liga's, mineraal water en chocolade. Af en toe tikken we een hardgekookte ei op de versnellingspook. Koffiestops combineren we met tanken. Een andere voorwaarde is dat u natuurschoon negeert. Het moet tussen Frankfurt en Regensburg prachtig wandelen en fietsen zijn, een plaats als Oberölbach ligt er prachtig bij. In Hongarije kleuren de velden met mais en zonnebloemen warm in de avondzon. Allemaal geen tijd voor. Tegen negen uur 's avonds willen we in de buurt zijn van het Hongaarse Szeged; stad en streek met motels, campings en familiepensions. Wij slapen overigens in de auto, op de parkeerplaats van een tankstation. De zakflacon met cognac gaat op.

Daglicht
U bespaart tijd en geld door de autotocht uit te voeren als een militaire operatie. Belangrijker is echter dat u niet in donker rijdt. In Hongarije liever niet, in Roemenië al helemaal niet. De kwaliteit van doorgaande wegen is goed, maar de bewegwijzering is vaak matig verlicht. Onverlicht zijn paard en wagen, huifkar, fietser. Ook is de kans groot dat u de achterlichtjes van een bestofte Trabant of Aro niet tijdig waarneemt. Bovendien rijdt u van Arad, Deva, Sibiu naar Piteşti door bergachtig gebied, waar de bochtige wegen niet altijd voorzien zijn van hulpmiddelen die u uit het ravijn moeten houden. Vanaf de Hongaars-Roemeense grens is het een kleine 700 km naar Boekarest. Zo'n uur of tien rijden. Aankomen vóór de schermering kan dus alleen als u 's morgens vroeg de grens passeert.

Een andere route naar Boekarest loopt via Boedapest, Szolnok, Borş (grensovergang), Oradea en Cluj Napoc. U komt Roemenië dan noordelijker binnen dan via Szeged, waarlangs u meer Hongaarse kilometers maakt en autoweg heeft tot Kecksemét. We hebben de indruk dat de noordelijke route drukker is dan de zuidelijke. Veel meer valt er niet over te zeggen. We weten niet of u en waar u en hoelang u bergop achter een zwoegende vrachtwagen hangt en bergaf in een kudde schapen verzeilt raakt. We weten ook niet hoe vaak u moet stoppen voor overstekende ganzen, of dat u bij de grensovergang in de trage rij bent gaan staan.

Quick scan
Voordeel van de route via Szeged-Arad is dat u eerder geneigd zult zijn een binnendoortje te doen. U rijdt dan via de E68 naar Deva en Simeria, waar u de E79 neemt naar Petrosiani en Târgu Jiu, en vervolgens links afslaat naar Râmnicu Vâlcea, over een kleine maar goede weg. Als u in Râmnicu Vâlcea arriveert, heeft u een aardig stuk niet-grootstedelijk Roemenië gezien. U rijdt over een hoogvlakte. Bij Câlen denkt u dat u op de verkeerde weg zit: links en rechts vervallen fabrieksgebouwen. U wisselt vergezichten af met de nauwe vallei van het snelstromende riviertje de Jiu. U ziet fraai witte kerkjes, zoals in Baru, met letterlijk schitterende koepels. U komt langs bouwseltjes waarvan u niet wilt geloven dat er mensen wonen. U ziet villa's, boerenhoven en huisjes met kleurrijke keramide en metalen ornamenten. U ziet Rroma (zigeuners) een kamp opslaan. U ziet ook dat provinciestadjes erg op elkaar kunnen lijken: flats met winkelgalerijen eronder, kiosken ervoor, een parkje, een fontein, de gemeentegrens gemarkeerd met een of ander betonnen geval. Deze observaties kunt u doen zonder uit uw auto te stappen - u bent immers nog steeds op weg naar Boekarest. Wij rijden om 13.00 uur in de buurt van Petrosiani, 14.00 uur in Târgu Jiu en om 15.30 uur in Râmnicu Vâlcea. Deze twee en een half uur zijn niet bedoeld om de afstand te bekorten. We zijn, voordat we de eindbestemming bereiken, extra op vakantie. Het is een traject dat vermoeide reizigers nieuwe energie geeft. In de wetenschap dat u in twee en een half uur in Boekarest bent, met de allerlaatste 100 km weer een heuse autoweg, kunt u zich richting Râmnicu Vâlcea vast wel een picknick veroorloven onder het rijke Roemeense lover.

Contant geld
Contant geld heeft u onderweg, bij onze reisstijl, nauwelijks nodig. Tanken kan tot in Hongarije met een credit card, waarmee ook de tol voor autowegen in Hongarije voldaan kan worden, maar het Oostenrijkse autowegvignet niet, althans niet bij alle verkopers. (We betaalden 11 DM. Let op: u moet op de terugweg weer betalen.) Enig muntgeld is prettig voor koffieautomaten, met name. Door net voor de grens te tanken, heeft u voldoende om naar Boekarest te rijden. Betalen met een credit card kan in Roemenië soms wel, maar meestal niet. U kunt in grotere steden uiteraard Roemeense Lei van pinautomaten betrekken. Een uitstekende plaats om dat te doen, is Sibiu met zijn middeleeuwse stadscentrum, zij het dat we deze stad door ons binnendoortje niet aandoen. Tip voor de terugweg dus. Met een geldopname kan het gehannes met de duizendjes beginnen. Roemeens geld bestaat uit biljetten van 1000, 5000, 10.000, 50.000, 100.000 en 500.000 Lei. (Per 01-10-01 is een gulden circa 12.500 Lei; er zijn serieuze plannen om een aantal nullen te schrappen.)

Aankomst
Na Râmnicu Vâlcea daalt u gestaag richting zeeniveau. Hoe u door levendig Piteşti richting Boekarest rijdt, kunnen we u niet uitleggen. Maar tegen een uur of zes rijdt u in beginnend avondlicht op een rustige autoweg over de Roemeense vlakte. Nog even mais, zonnebloem, een kudde koeien en dan tekent de metropool zich af. Officieel heeft Boekarest ruim twee miljoen inwoners. Naar verluidt verblijven er nog eens twee miljoen verblijven. Afijn, groot en veel, en dat is te zien. Boekarest is geen hartendief bij eerste indruk. Of je moet dol zijn op de flats die in Amsterdam Bijlmer zijn gesloopt. Uit reisgidsen kent u vast beschrijvingen als 'troosteloze Oostbloknieuwbouwwijken'. Omdat u in Boekarest langszaam moet rijden en de zebrapaden talrijk zijn, heeft u tijd om u te bedenken dat een flatbewoner armer kan zijn dan u misschien toch al dacht. Of rijker: de buurman kan zijn appartement met air conditioning naar Italiaanse design hebben betegeld en bemeubeld. Het is ook goed u te bedenken dat veel flats er pas een jaar of twintig staan. Veel bewoners hebben nauwe banden met het platteland, en daar mogelijk een huisje met een stukje grond. Anderen hebben niets. Mogelijk dat u armen treft bij een verkeerslicht, waar ze uw auto kussen, u Gods heil en zegen wensen, en u om een aalmoes vragen.

Boekarest
Niet te missen is het Paleis van het Volk, gesticht door dictator Ceauşescu, thans Palatul Parlamentului. Het behoort, zeker gerekend naar het aantal kubieke meters, tot de absolute wereldtop. Met dit gebouw en de directe omgeving toont het centrum van Boekarest de dictatoriale planologie van weleer. De talrijke bomen groeiden echter onverstoord door en op Piaţa Unirii klateren de fonteinen.
Oud Boekarest vindt u bijvoorbeeld in de wijk Lipscani: kleine winkeltjes, eetgelegenheden, terrasjes, stijlvolle gebouwen van banken, overheid en universiteit, en oude kerken, waaronder de Russische. Hartje stad vindt u ook fraaie horecagelegenheden als Hanul Manuc, met een relaxte binnenplaats en prachtige houten balustrades, en Carul cu Bere, een van de oudste grand-café-restaurants. In deze stadselementen, de brede boulevards, de villawijken en de vele stadsparken herkent u direct waarom Boekarest vroeger 'Petit Paris' werd genoemd. Voor luxe winkels kunt u onder andere naar de splinternieuwe Bucharest Mall. Het is een van de vele plaatsen waar rijk en arm contrasteren.

Omgeving
Boekarest beschikt over uitstekend openbaar vervoer.. Voor bezoeken aan de omgeving bent u echter al snel op eigen vervoer aangewezen., of u moet zich grondig verdiepen in wanneer net die ene stoptrein of streekbus rijdt.
In de omgeving zijn bossen en meren, waar het naar het schijnt uitstekend vissen is. Daarnaast herbergt Roemenië veel eeuwenoude kloosters. Nabij Boekarest kunt u naar Cernica, Ţigăneşti en Căldărusani. Het platteland brengt u sowieso terug in de tijd: dorpen zonder stromend water, telefoonaansluitingen, riool en asfalt. Paard & wagen domineren het verkeer! Maakt u eens een ommetje: Buftea (aan weg nr. 7, Crevedia, Coicaneşti, Vizureşti, Răcari. Of verlaat de stad zuidwaarts richting Alexandria, weg nr 6, tot aan Stîlpu, waar u rechtsaf gaat naar Clejani; neem een verfrissend voetenbad, net voor Podu Doamnei. Let op: de wegen zijn niet of slecht geasfalteerd.

Terugweg
De allergroenste route loopt van Piteşti en Curtea de Arges langs het meer Lacul Vidraru noordwaarts naar Sibiu en van Sibiu naar Deva, vervolgens via Brad naar Oradea. Of via Alba Julia naar Abrud en Stei - weg 74/75. U doorkruist de Karpaten over de hoge pasweg tussen de Moldoveanu (2544m) en de Negoiu (2535m), waarna hoofdzakelijk rijk bebost middelgebergte en heuvelland uw uitzicht blijven bepalen. Langs deze wegen is (loodvrije) benzine overigens niet altijd beschikbaar; let dus op uw voorraad.
Met de aangegeven route mist u de weg van Râmnicu Vâlcea naar Sibiu, door het prachtige dal van de Olt. Ook komt u niet richting Predeal en Braşov, in zomer en winter toeristische gebieden bij uitstek (bergwandelen, paardrijden, skiën). Afijn, u kunt niet alles hebben. Roemenië heeft nog veel voor u in petto: uitgestrekte natuurparken, zoutmeren, fresco's, iconen, musea, bronnen en kuuroorden, strand en een 'megabiesbos' (de Dounadelta).